Koop een woning, hak hem in vier kamers, en verhuur elke kamer voor 600 euro: 2.400 euro per maand waar een gezin er 1.500 voor betaalde. Zo staat het in de rekensom die je hoort. Zo werkt het niet. De maximale kamerhuur valt onder het WWSO, een apart puntenstelsel dat elke kamer plafonneert, en de gemeente kan het pand op slot zetten voordat je eerste huurder de sleutel heeft. Bij het ene pand zakt de echte som onder wat gewone verhuur al deed; bij het andere rendeert verkameren juist wel. Het verschil zie je niet aan de brochure, alleen aan de doorrekening.

De verleiding: optellen wat je niet mag vragen

Verkameren is het omzetten van een zelfstandige woning in onzelfstandige woonruimte. Een gezinswoning wordt een pand met losse kamers, gedeelde keuken en gedeelde badkamer. De aantrekkingskracht zit in de vermenigvuldiging: waar één huurder één huur betaalt, betalen vier kamerbewoners vier keer. De aankoopmakelaar rekent het je zo voor, en de brutosom oogt overtuigend.

Het probleem is dat die som een bedrag optelt dat je helemaal niet mag vragen. Een kamer is geen kleine woning. Voor kamers geldt niet het gewone woningwaarderingsstelsel, maar het WWSO, het woningwaarderingsstelsel voor onzelfstandige woonruimte. En dat stelsel is er precies op gebouwd om te voorkomen dat vier kamers vier keer een woninghuur opleveren.

Het WWSO: waarom een kamer minder punten haalt dan hij lijkt

Het woningwaarderingsstelsel zet de kwaliteit van een woning of kamer om in punten, en het puntentotaal bepaalt de maximale huur. Voor een zelfstandige woning, met eigen toegang, eigen keuken, eigen toilet en eigen badkamer, geldt het WWS. Voor een kamer, waar die voorzieningen worden gedeeld, geldt de aparte WWSO-variant. Dat gedeelde karakter is niet zomaar een detail; het is het hele verschil.

In het WWSO tellen de gedeelde ruimten maar gedeeltelijk mee. De keuken, de douche en de woonkamer worden niet aan één kamer toegerekend, maar evenredig verdeeld over alle bewoners die er gebruik van mogen maken. Deel je een keuken met vier man, dan telt die keuken voor elke kamer maar voor een kwart mee. Daar komt bovenop dat het WWSO voor een aantal voorzieningen, zoals douche en bad, minder punten toekent dan het WWS voor een zelfstandige woning met precies dezelfde voorziening. Een kamer bouwt daardoor structureel minder punten op, en dus een lager huurplafond, dan de vloeroppervlakte alleen doet vermoeden.

Het gevolg laat zich raden. Tel je de vier toegestane kamerhuren bij elkaar op, dan kom je lager uit dan vier keer het bedrag uit de folder. De optelsom die het rendement moest dragen, wordt uitgehold door het stelsel dat bepaalt wat je werkelijk mag vragen. Wat een kamer precies mag kosten, hangt af van oppervlakte, WOZ-waarde, energielabel en het aantal medebewoners; dat reken je per kamer uit, niet met een vuistregel.

De grens die er voor kamers niet is

Bij zelfstandige woningen bestaat een ontsnapping: haal je genoeg punten, dan kom je boven de liberalisatiegrens en zit je in de vrije sector, waar je de huur zelf bepaalt. Die grens ligt in 2026 bij 187 punten, en de bijbehorende maximale huurprijsgrens bedraagt 1.228,07 euro per maand. Beleggers sturen bewust op die grens om uit de regulering te blijven.

Voor kamers bestaat die uitweg niet. Onzelfstandige woonruimte valt altijd onder het gereguleerde segment, en dat is sinds de Wet betaalbare huur uitdrukkelijk zo vastgelegd. Er is geen puntentotaal waarbij een kamer vrije sector wordt. Hoe je het ook aankleedt, de maximale kamerhuur blijft aan het WWSO gebonden. De hele strategie van "genoeg punten en dan vrij" die bij zelfstandige verhuur werkt, is bij verkameren niet beschikbaar.

De rekensom, tot op de cent

Neem een tussenwoning die als gezinswoning 1.500 euro kale huur deed. Je koopt hem om te verkameren in vier kamers met gedeelde keuken en badkamer. De makelaar rekent vier kamers maal 600 euro, 2.400 euro per maand, en noemt dat een sprong van 900 euro.

Zet daar de werkelijkheid tegenover. Onder het WWSO komt elke kamer, na de evenredige verdeling van de gedeelde keuken en badkamer en de lagere puntentoekenning, uit op pakweg 430 euro toegestane kale huur. Vier kamers is dan 1.720 euro, geen 2.400. De sprong op de kale huur is 220 euro per maand, niet 900. Op die 220 euro moet nog een reeks kosten worden ingehouden die de gewone verhuur niet had: de verbouwing tot vier kamers, brandveiligheid volgens de eisen van het Bouwbesluit, hogere doorloop en beheer bij vier huurders in plaats van één, en de leges en eventuele compensatiekosten van de vergunning. De 220 euro extra kale huur per maand is 2.640 euro per jaar. Een verbouwing tot vier volwaardige kamers loopt al snel in de tienduizenden. De terugverdientijd op de meerinvestering, puur uit het huurverschil, is dan geen kwestie van maanden maar van jaren, en dat is voordat er ook maar één kamer een maand leegstaat.

De bedragen hierboven zijn illustratief; ze hangen af van WOZ-waarde, oppervlakte en label. Maar de richting klopt en is het hele punt: het verschil tussen de brutosom van de makelaar en de nettosom onder het WWSO is niet klein, en hij bepaalt of verkameren rendeert of alleen maar drukker is.

De val die vóór de huur komt: de gemeente

Stel dat de kamerhuur onder het WWSO alsnog uitkomt. Dan is er nog een hindernis die niets met de huurprijs te maken heeft en alles met de vraag of je überhaupt mag verkameren. Op grond van de Huisvestingswet kan een gemeente in haar huisvestingsverordening een omzettingsvergunning verplicht stellen voor het omzetten van een zelfstandige woning naar kamers. In de meeste steden met druk op de woningmarkt is dat gebeurd.

Die vergunningplicht geldt doorgaans vanaf verhuur aan meer dan één huishouden plus één persoon, dus in de praktijk zodra je drie of meer losse bewoners huisvest. En de vergunning is geen formaliteit. Gemeenten wijzen wijken aan waar geen nieuwe vergunning meer wordt verleend, hanteren spreidingsregels zoals een cirkel van dertig meter waarbinnen geen tweede verkamerd pand mag komen, stellen een minimum aan gebruiksoppervlakte per bewoner, en verbinden eisen aan geluidsisolatie en brandveiligheid. Waar het beleid recent is versoepeld, blijven de eisen op kamerniveau grotendeels staan.

Let op één misverstand dat duur uitpakt: de vrije-sector-status van een woning zegt niets over de woningvorm. Een woning die als zelfstandige verhuur in de vrije sector zou vallen, mag je daarom nog niet zonder meer omzetten naar kamers. Het omzetten zelf blijft vergunningplichtig. Wie eerst verbouwt en daarna de vergunning aanvraagt, loopt het risico dat de aanvraag wordt afgewezen en hij met een illegale situatie zit: een last onder dwangsom, en boetes die per overtreding in de tienduizenden kunnen lopen. De volgorde is dus omgekeerd aan de intuïtie. Eerst toetsen of het mag en wat het per kamer mag opbrengen, dan pas de eerste muur uitbreken.

Wanneer het wél klopt

Tot hier las dit als een reeks vallen, en dat is het ook. Maar de cijfers vallen niet altijd de verkeerde kant op, en het is eerlijker om te laten zien wanneer verkameren wél rendeert dan te doen alsof het nooit kan. De uitzondering is geen gevoel; hij is te herkennen aan drie voorwaarden die samen moeten kloppen.

De eerste is een pand waar de gedeelde ruimten klein zijn ten opzichte van de private. Het WWSO straft gedeelde vierkante meters, dus een woning met vier ruime slaapkamers en een compacte gedeelde keuken haalt per kamer meer punten dan een woning met één grote woonkeuken en kleine kamers. Hoe meer waarde in de private kamer zit en hoe minder in de gedeelde ruimte, hoe gunstiger het WWSO uitvalt. De tweede is een gemeente zonder vergunningstop in de betreffende straat, of een pand dat al een geldige omzettingsvergunning heeft; dat laatste haalt de grootste onzekerheid en de leges uit de som. De derde is een verschil tussen aankoopprijs en WWSO-huursom dat groot genoeg is om de verbouwing binnen een redelijke termijn terug te verdienen.

Reken het door op een pand waar het klopt. Stel: een ruime woning die als gezinsverhuur 1.400 euro deed, gekocht voor een prijs die past bij die huur. Vier flinke kamers met een kleine gedeelde keuken en badkamer, in een wijk zonder vergunningstop, met een omzettingsvergunning die de vorige eigenaar al had. Onder het WWSO komt elke kamer hier op pakweg 500 euro toegestane kale huur, samen 2.000 euro. Dat is een sprong van 600 euro per maand op de kale huur, 7.200 euro per jaar. Ligt de verbouwing rond de 25.000 euro, dan is de meerinvestering in ruim drie jaar terugverdiend uit het huurverschil alleen, en daarna draait het pand structureel hoger dan als gezinsverhuur. Dit is de situatie waarin de brutosom van de makelaar en de nettosom onder het WWSO dicht genoeg bij elkaar liggen dat verkameren de moeite waard is. Het bestaat, en het is precies de reden om per pand te rekenen in plaats van de strategie op voorhand af te schrijven.

Het verschil met de eerdere rekensom zit niet in optimisme, maar in het pand en de gemeente. Dezelfde vier kamers leveren onder het WWSO een heel andere huursom op naargelang de verhouding tussen private en gedeelde ruimte, en dezelfde investering rendeert wel of niet naargelang de gemeente je laat verkameren. Dat is ook meteen waarom de vuistregel van de makelaar niets waard is: hij geldt evengoed voor het pand waar het klopt als voor het pand waar het misloopt, en alleen de doorrekening vertelt je welke van de twee je voor je hebt.

Wat de makelaar hier niet voor je doet

De aankoopmakelaar verkoopt je het pand, niet de exploitatie erna. Hij rekent de bruto kamerhuren op omdat dat de koopsom rechtvaardigt die hij wil maken, en het WWSO-plafond, de verdeling van de gedeelde ruimten en de vergunningplicht van jouw gemeente staan niet op zijn lijstje. Dat zijn precies de drie cijfers die bepalen of het rendeert, en het zijn precies de drie die hij niet voor je uitrekent.

Dat is de som die je zelf wilt maken voordat je koopt om te verkameren. Reken per kamer de toegestane huur onder het WWSO door met De kamer en de punten, en toets met de pandanalyse wat er na verbouwing, kosten en financiering van het rendement overblijft. Die som vertelt je twee dingen tegelijk: of je op een bedrag koopt dat klopt met wat je mag vragen, en of dit toevallig het pand is waar de verhouding tussen private en gedeelde ruimte gunstig genoeg uitpakt om te renderen. Bij het ene pand loopt het stuk op de val, bij het andere op de meevaller. Het verschil zie je niet aan de brochure, alleen aan de doorrekening.

Bronnen

De cijfers en regels in dit artikel zijn gecontroleerd tegen de officiele bron. Controleer ze gerust zelf.

Veelgestelde vragen

Levert verkameren meer huur op dan gewone verhuur?

Soms wel, soms per saldo niet, en dat hangt af van het pand. De maximale kamerhuur valt onder het WWSO, een apart puntenstelsel voor onzelfstandige woonruimte. Kamers bouwen doorgaans minder punten op dan een zelfstandige woning, omdat gedeelde keuken, douche en woonkamer maar deels meetellen en evenredig worden verdeeld over alle bewoners. De optelsom van vier toegestane kamerhuren ligt daardoor vaak lager dan vier keer een kamerhuurtje suggereert, met verbouwing, brandveiligheid, meer beheer en een vergunning er nog bovenop. Maar bij een pand met ruime private kamers en een compacte gedeelde ruimte valt het WWSO gunstiger uit, en dan kan verkameren wel degelijk hoger renderen dan gewone verhuur. Alleen de doorrekening per pand vertelt je welk van de twee je voor je hebt.

Wat is het verschil tussen het WWS en het WWSO?

Het WWS is het woningwaarderingsstelsel voor zelfstandige woningen: een eigen toegang, eigen keuken, eigen toilet en eigen badkamer. Het WWSO is de variant voor onzelfstandige woonruimte, oftewel kamers, waar die voorzieningen worden gedeeld. In het WWSO tellen gedeelde ruimten maar gedeeltelijk mee en krijgt een kamer voor douche en bad minder punten dan een zelfstandige woning met dezelfde voorziening. Belangrijk: onzelfstandige woonruimte valt altijd onder het gereguleerde segment, er is geen vrije sector voor kamers.

Heb ik een vergunning nodig om een woning te verkameren?

In de meeste steden wel. Op grond van de Huisvestingswet kan een gemeente in haar huisvestingsverordening een omzettingsvergunning verplichten voor het omzetten van een zelfstandige woning naar kamers. Die plicht geldt vaak vanaf verhuur aan meer dan een huishouden plus een persoon, en in aangewezen wijken worden geen nieuwe vergunningen meer verleend. De vrije-sector-status van de woning verandert daar niets aan: die zegt iets over de huurprijs, niet over de woningvorm. Kamerverhuur zonder vereiste vergunning is strijdig met de wet en kan leiden tot een last onder dwangsom en hoge boetes.

Kan een kamerhuurder mijn huurprijs achteraf laten toetsen?

Ja. Een huurder kan de aanvangshuurprijs laten toetsen door de Huurcommissie, maar alleen binnen zes maanden na de start van het huurcontract. Blijkt de huur boven het WWSO-maximum te liggen, dan wordt hij verlaagd en kan de te veel betaalde huur over die periode worden teruggevorderd. Toetst de huurder later, dan geldt de verlaging alleen voor de toekomst en krijgt hij het verleden niet terug. Reken je de kamerhuur dus vooraf goed door, dan voorkom je dat je business case zes maanden lang aan een touwtje hangt.

Geldt de hospita-uitzondering ook voor mij?

Alleen als je zelf in de woning woont. Bij hospitaverhuur verhuurt de hoofdbewoner een kamer in de eigen woning, en dan blijft de woning onder voorwaarden zelfstandig en is vaak geen omzettingsvergunning nodig. De hospitahuurder betaalt maximaal een huur volgens het WWSO. Voor een belegger die een pand koopt om leeg te verkameren en te verhuren geldt die uitzondering niet: dat is regulier verkameren, met vergunningplicht en het volle WWSO-regime.

— Lees ook

— V.