— Financiering

Verhuurhypotheek berekenen.

Hoeveel kan ik lenen voor een beleggingspand? Niet je salaris bepaalt het, maar het pand en de huur. De bank toetst twee grenzen — de LTV en de rentedekking (DSCR) — en de laagste van de twee is je maximum. Reken het hieronder uit.

vaak lager dan de vrije verkoopwaarde
de verwachte markthuur
verhuurhypotheek, % per jaar %
meestal 70–85% van de waarde %
rentedekking, bank eist 1,20–1,30
Bruto jaarhuur€ 18.000
Max. lening o.b.v. LTV€ 240.000
Max. lening o.b.v. rentedekking (DSCR)€ 288.000
Maximale verhuurhypotheek € 240.000
begrensd door de LTV
Geschatte eigen inbreng (incl. ~10% kosten koper)€ 90.000
Rentedekking (DSCR) bij dit bedrag1,50

Zo rekent deze tool: de LTV-grens is waarde × LTV%. De DSCR-grens neemt de bruto jaarhuur gedeeld door (DSCR × rente): het maximum waarbij de huur de rentelasten nog met de vereiste marge dekt (rentedekking, uitgaande van een aflossingsvrije lening; bij annuïtair valt de dekking lager uit). Je maximale hypotheek is de laagste van beide. Eigen inbreng is het verschil met de waarde plus circa 10% kosten koper (8% overdrachtsbelasting 2026 plus notaris en taxatie). LTV 70–85% en DSCR 1,20–1,30 zijn bankconventies, geen wettelijk vastgelegde grenzen; je eigen bank kan afwijken. Geen financieel advies.

Waarom de laagste van twee grenzen telt

Bij een gewone woninghypotheek kijkt de bank naar je inkomen. Bij een verhuurpand niet: daar staat het pand centraal. De eerste grens is de LTV (loan-to-value): de meeste vastgoedbanken financieren 70 tot 85 procent van de waarde in verhuurde staat, en die waarde ligt vaak lager dan wat het pand leeg zou opbrengen.

De tweede grens is de DSCR (Debt Service Coverage Ratio), oftewel de rentedekking. De huur moet de financieringslasten dekken met een buffer, meestal minimaal 1,20 tot 1,30. Zodra de rente stijgt of de huur relatief laag is, wordt niet de LTV maar de DSCR bindend: de bank leent dan minder dan de LTV toestaat. Wie alleen naar de LTV kijkt, rekent zich rijk. Hoe de DSCR precies werkt, staat hier uitgelegd.

En de eigen inbreng

Het verschil tussen de koopsom en de maximale hypotheek breng je zelf in, plus de kosten koper. Sinds 2026 is de overdrachtsbelasting voor beleggers 8 procent; met notaris en taxatie erbij loopt de eigen inbreng al snel op tot een derde van de koopsom. Dat bedrag rendeert niet mee in de huur, maar telt wél in de totale investering waarover je je rendement berekent.

Wil je van dit pand niet alleen de financiering maar het hele plaatje zien — BAR, NAR, cashflow na financiering, Box 3 en de exit — reken het dan volledig door in de pandanalyse.

→ Reken het hele pand door

Veelgestelde vragen

Hoeveel kan ik lenen voor een beleggingspand?
Niet je salaris bepaalt het, maar het pand en de huur. De bank toetst de LTV (70–85% van de waarde in verhuurde staat) én de DSCR/rentedekking (minimaal 1,20–1,30). De laagste van die twee is je maximale verhuurhypotheek.
Wat is de DSCR bij een verhuurhypotheek?
De Debt Service Coverage Ratio is de verhouding tussen de huur en de financieringslasten. Een DSCR van 1,30 betekent 1,30 euro huur per euro rente — 30% buffer voor leegstand, onderhoud of een rentestijging. De meeste vastgoedbanken eisen minimaal 1,20 tot 1,30.
Hoeveel eigen geld heb ik nodig?
Je leent doorgaans 70 tot 85 procent van de waarde in verhuurde staat. Het verschil plus de kosten koper (8% overdrachtsbelasting sinds 2026, plus notaris en taxatie) breng je zelf in — al snel rond een derde van de koopsom.
Waarom is de DSCR vaak belangrijker dan de LTV?
Omdat de LTV vaak meer lenen toestaat dan de huur kan dragen. Bij een hogere rente of een lagere huur wordt de DSCR de bindende grens, en leent de bank minder dan de LTV toestaat. Kijk daarom nooit naar de LTV alleen.