Op 1 januari 2026 werd het forfaitair rendement voor overige bezittingen vastgesteld op 6 procent. De wetgever rekent jouw beleggingen en vastgoed alsof je dat percentage hebt verdiend. Verdien je minder? Pech. Verdien je meer? Geluk. Bij een tarief van 36 procent komt dat neer op een effectieve heffing van 2,16 procent over de grondslag, ongeacht wat je werkelijk verdient.

Voor wie alleen spaart bij ING tegen 1,5 procent betekent dat een belasting van ruim 140 procent op de werkelijke rente, meer dan het hele rendement. Voor wie in een aandelenportefeuille zit met een tienjaars gemiddeld rendement van 8 procent komt het neer op een effectieve druk van ongeveer 27 procent. Voor wie in vastgoed zit met een netto rendement van 4 procent betaalt belasting alsof er anderhalf keer zoveel verdiend werd: een effectieve druk van rond de 54 procent.

Drie portefeuilles, drie effectieve drukken.

Spaarder: 144 procent effectieve belasting op werkelijk rendement. Belegger met index: 27 procent. Vastgoedhouder: 54 procent. Het systeem is niet neutraal. Het straft consistent wie kiest voor lager-renderende, veiligere assets, en het beloont wie hoog-renderend en risicovol belegt.

Wie meer betaalt dan het werkelijke rendement rechtvaardigt, kan sinds het Hoge Raad-arrest van juni 2024 een beroep doen op de tegenbewijsregeling. Wie minder betaalt dan op basis van het werkelijke rendement zou moeten, de aandelenbelegger met een goed jaar, heeft die optie niet. Het systeem is asymmetrisch in het voordeel van de fiscus.

Reken het zelf na in de calculator De structuur. Boven een eigen vermogen van ongeveer drie ton kantelt BV in jouw voordeel. Daaronder blijft Box 3 met tegenbewijsregeling vaak doelmatig. Maar het verschil tussen "ongeveer" en "exact" is bij vastgoed-investeringen het verschil tussen tienduizend euro winst of verlies per jaar.