Per 1 januari 2028 verdwijnt het forfaitaire Box 3-systeem voor vastgoed in zijn huidige vorm. Daarvoor in de plaats komt een vermogenswinstbelasting: huurinkomsten jaarlijks belast, waardestijging pas bij verkoop. Op 12 februari 2026 nam de Tweede Kamer het wetsvoorstel aan. Op 24 april 2026 verfijnde het kabinet de vastgoedparagraaf. Voor beleggers betekent dit een fundamentele kantelpunt, met overgangskwesties die nu al spelen.

Dit stuk schetst wat er per 2027 en 2028 verandert, hoe de nieuwe vermogenswinstbelasting werkt, wat de afschaffing van de leegwaarderatio betekent, en welke voorbereidingen je nu zinnig kunt treffen, twee jaar voor de overgang.

Drie wijzigingen in twee stappen

De hervorming gebeurt niet in één keer. Drie data tellen:

1 januari 2026. De Wet tegenbewijsregeling box 3 trad in werking. Het oude forfaitaire systeem blijft bestaan, maar wie kan aantonen dat zijn werkelijke rendement lager is, mag dat lagere rendement gebruiken. Voor vastgoed kwam daarbij de bijtelling eigen gebruik van 5,06% van de WOZ-waarde (zie het stuk bijtelling eigen gebruik tweede woning).

1 januari 2027. De leegwaarderatio wordt volledig afgeschaft, ook voor commerciële verhuur tegen marktconforme prijzen. Tot dat moment verlaagt deze ratio nog de WOZ-waarde voor verhuurde woningen, oplopend van 45% tot 95% van de WOZ-waarde afhankelijk van de huur-WOZ-ratio.

1 januari 2028. Het forfaitaire systeem wordt voor vastgoed vervangen door een vermogenswinstbelasting. Vanaf dat moment worden huurinkomsten jaarlijks belast en waardestijging pas bij verkoop.

Tussen nu en 2028 zit dus één volledig jaar onder de huidige regels (2026), één overgangsjaar (2027) zonder leegwaarderatio maar nog wel met forfait, en dan de definitieve overstap.

Wat de vermogenswinstbelasting precies inhoudt

De vermogenswinstbelasting voor vastgoed bestaat uit twee componenten.

Eerste, het directe rendement. Huurinkomsten worden jaarlijks belast tegen 36 procent (huidige Box 3-tarief, kan veranderen). In tegenstelling tot de tegenbewijsregeling 2026 zijn kosten daarbij weer aftrekbaar: onderhoud, beheerskosten, hypotheekrente, premies opstalverzekering, OZB, en eventuele leegstandsverliezen. Dat is een terugkeer naar een systeem dat eigenaren van vastgoed vóór 2001 nog kenden.

Tweede, de waardewinst bij verkoop. Bij verkoop wordt het verschil tussen verkoopprijs en openingswaarde belast, eveneens tegen 36 procent. De openingswaarde voor bestaand vastgoed is de WOZ-waarde per 1 januari 2028. Voor vastgoed aangekocht ná die datum is het de aankoopprijs plus kosten koper.

De waardewinst wordt verminderd met door de jaren heen gedane verbeteringen, mits die zijn aangemeld bij de gemeente en de WOZ-waarde aantoonbaar hebben verhoogd. Regulier onderhoud telt niet als verbetering, een uitbouw of energetische renovatie wel.

Voor wie de tegenbewijsregeling niet werkt: forfait blijft

De wetgever heeft niet geëist dat iedereen verplicht overstapt. Wie geen tegenbewijs levert, blijft onder het reguliere Box 3-forfait. Voor 2028 staat dat in de Wet werkelijk rendement op 3,35 procent van de WOZ-waarde voor woningen die het hele jaar niet worden verhuurd.

Daarop mogen onderhoudskosten in mindering worden gebracht. Dat is een wezenlijk verschil met de tegenbewijsregeling 2026-2027 waarbij onderhoudskosten niet aftrekbaar zijn. Effectief levert dit voor leegstaand vastgoed met regulier onderhoud een lagere heffing op dan het huidige systeem.

Voor gemengd gebruik (verhuur gedurende minder dan 90% van het jaar) geldt vanaf 2028 de hoogste van twee: de bruto-vastgoedbijtelling van 3,35% of de werkelijke huurinkomsten minus kosten. Wie nauwelijks verhuurt, valt automatisch in het forfait. Wie veel verhuurt, valt automatisch in de werkelijke rendementscategorie.

De leegwaarderatio in 2026 en 2027

De leegwaarderatio is een korting op de WOZ-waarde bij verhuurd vastgoed, ingevoerd omdat een verhuurde woning op de markt minder oplevert dan een lege. De korting loopt van 5% tot 55%, afhankelijk van de verhouding tussen de jaarhuur en de WOZ-waarde.

In 2026 is de regeling al beperkt: bij verhuur aan gelieerde partijen (familie, eigen BV) tegen niet-marktconforme huurprijs is de ratio niet meer van toepassing. De WOZ-waarde geldt dan voor 100%. Per 1 januari 2027 verdwijnt de regeling helemaal, ook bij commerciele verhuur tegen marktconforme huren.

Wat het concreet doet. Stel een verhuurde woning, WOZ €300.000, jaarhuur €15.000. Huur/WOZ-ratio: 5%. Onder het oude regime gold een leegwaarderatio van 90%, dus de waarde voor Box 3 was €270.000. Per 2027 valt die korting weg. De waarde voor Box 3 wordt €300.000, een verhoging van de grondslag van €30.000. Bij forfait 6%: €1.800 hogere fictieve opbrengst, €648 extra Box 3-belasting per jaar.

Voor wie nu zwaar verhuurd vastgoed in Box 3 heeft, betekent dit: in 2027 is de leegwaardekorting weg, in 2028 is het hele forfaitaire systeem weg. Twee opeenvolgende jaren met een fiscale wijziging die in de huidige administratie nog niet zichtbaar is.

De WOZ-waarde per 1 januari 2028 wordt strategisch

Onder het huidige forfaitaire systeem is een lage WOZ-waarde altijd gunstig: hoe lager de WOZ, hoe lager de Box 3-grondslag. Veel beleggers maken om die reden routinematig bezwaar tegen WOZ-beschikkingen.

Vanaf 2028 verandert dit voor wie van plan is een pand binnen afzienbare tijd te verkopen. De openingswaarde per 1 januari 2028 is dan het uitgangspunt voor de vermogenswinstbelasting bij verkoop. Hoe lager die openingswaarde, hoe hoger de waardewinst, en hoe meer belasting bij verkoop.

Voorbeeld. Een pand aangekocht in 2020 voor €250.000, marktwaarde nu €400.000, WOZ-waarde 2028 (peildatum 1-1-2027) €360.000. Verkoop in 2031 voor €450.000. Vermogenswinst: 450.000 - 360.000 = €90.000. Belasting tegen 36% = €32.400.

Zelfde pand maar met een hogere WOZ-vaststelling van €400.000 voor 2028. Verkoop voor dezelfde €450.000. Vermogenswinst: €50.000. Belasting: €18.000. Een verschil van €14.400 op de uiteindelijke heffing, simpelweg omdat de openingswaarde hoger lag.

Wie verwacht binnen 5 tot 10 jaar te verkopen, doet er goed aan om de WOZ-beschikking voor 2027 (die de openingswaarde 2028 vaststelt) niet automatisch te verlagen. Dat is een omslag in denkwijze voor wie jarenlang bezwaarschriften heeft gemaakt.

Hoe zit het met onverkochte panden tussen 2028 en verkoop?

De waardewinst tot het moment van verkoop is geen jaarlijkse heffing. Pas op het moment dat het pand verkocht wordt, of overgaat naar een ander vermogensregime (bijvoorbeeld een BV), wordt de waardewinst belast. Tussentijds wordt alleen de jaarlijkse huur belast, minus de aftrekbare kosten.

Dat is fundamenteel anders dan het huidige systeem waarin de WOZ-stijging jaarlijks via het forfait wordt "belast". Voor langjarige bezitters met sterke waardestijging is dit gunstig: belasting wordt uitgesteld. Voor kortlopende strategieen wordt vastgoed fiscaal duurder.

Bij vererving of schenking treedt geen afrekenmoment op: de waardestijging gaat door naar de volgende generatie, die de openingswaarde van 2028 (of de aankoopprijs) overneemt als basis. Vastgoed wordt daarmee een fiscaal aantrekkelijk vermogensoverdrachtinstrument.

Wat te doen tussen nu en 2028

Vier praktische aandachtspunten voor de huidige jaren:

1. Documenteer je openingspositie. Verzamel WOZ-beschikkingen 2027 (peildatum 1-1-2026), foto's van het pand op 1-1-2028, en een overzicht van alle verbeteringen sinds aankoop met facturen en gemeentelijke melding. Dit wordt de basis voor toekomstige berekeningen.

2. Heroverweeg bezwaar tegen WOZ-beschikkingen. Voor de korte termijn (2026, 2027) blijft een lage WOZ-waarde gunstig vanwege het forfait. Voor wie binnen 10 jaar verwacht te verkopen, kan een hogere WOZ-vaststelling op 1-1-2028 (peildatum WOZ-beschikking 2027) op termijn voordeliger zijn.

3. Plan grote onderhouds- of verbeteringsuitgaven. Onderhoud uitvoeren vóór 2028 betekent dat de kosten niet aftrekbaar zijn onder de tegenbewijsregeling. Na 2028 zijn ze wel aftrekbaar onder het nieuwe systeem. Voor planbaar onderhoud kan uitstel naar na 1-1-2028 fiscaal voordelig zijn.

4. Reken de impact door voor verhuurd vastgoed. Verlies van de leegwaarderatio per 2027 verhoogt de Box 3-grondslag voor verhuurd vastgoed met 5-55%, afhankelijk van de huur-WOZ-verhouding. Voor portefeuilles met veel verhuurd vastgoed kan dit het kantelpunt zijn om over te stappen naar een BV-structuur. Lees ook Box 3 naar BV overstappen.

De grote onzekerheden

Het wetsvoorstel is door de Tweede Kamer aangenomen maar nog niet door de Eerste Kamer. Behandeling staat geagendeerd voor de tweede helft van 2026. Drie scenario's blijven open:

Eerste, vertraging. De Belastingdienst heeft eerder aangegeven dat 2028 krap is voor implementatie. Een uitstel met één jaar (2029) is denkbaar als de uitvoeringsorganisatie niet rond komt. Dat zou betekenen: nog één extra jaar onder het huidige forfaitaire systeem.

Tweede, aanpassing van het belastingtarief. Het wetsvoorstel gaat uit van 36 procent zoals het huidige Box 3-tarief. Het coalitieakkoord "Aan de slag" van januari 2026 (D66/VVD/CDA) bevat aanwijzingen dat dit tarief in de toekomst herzien kan worden, in beide richtingen.

Derde, behandeling van bestaande hypotheken. Hoe rente op een hypotheek voor verhuurd vastgoed precies aftrekbaar wordt in 2028, is in het wetsvoorstel nog niet uitgekristalliseerd. Het kabinet werkt aan een uitvoeringsregeling die in de zomer van 2026 verwacht wordt.

Conclusie

De Box 3-hervorming voor vastgoed is een fundamentele wijziging. Niet alleen het percentage of het forfait, maar het hele systeem verandert: van een fictieve jaarlijkse heffing naar een werkelijk-rendementsmodel met uitgestelde waardewinstbelasting. Voor langjarige beleggers met stijgende portefeuilles is dit op termijn gunstiger; voor kortlopende strategieen ongunstiger.

Het belangrijkste praktische gevolg: 1 januari 2028 wordt een fiscale peildatum. De WOZ-waarde op die datum is het uitgangspunt voor alle toekomstige berekeningen. Wie nu portefeuillebeslissingen neemt, doet er goed aan deze peildatum in het achterhoofd te houden.

Reken de impact op de eigen portefeuille door op Het pand. De calculator van De Vastgoedrealist is in mei 2026 uitgebreid met scenario-analyse voor 2028 op basis van de bekende contouren van het wetsvoorstel.

Veelgestelde vragen

Wanneer gaat de Wet werkelijk rendement Box 3 in?

De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028. Het wetsvoorstel is op 12 februari 2026 aangenomen door de Tweede Kamer. Op 24 april 2026 heeft het kabinet de vastgoedparagraaf nog verfijnd. Definitieve goedkeuring door de Eerste Kamer moet nog plaatsvinden.

Hoe wordt vastgoed belast vanaf 2028?

Voor vastgoed komt er een vermogenswinstbelasting. Huurinkomsten worden jaarlijks belast na aftrek van kosten zoals rente en onderhoud. Waardestijging wordt pas belast bij verkoop, op basis van het verschil tussen verkoopprijs en de openingswaarde per 1 januari 2028 (meestal de WOZ-waarde).

Wat gebeurt er met de leegwaarderatio?

De leegwaarderatio wordt per 1 januari 2027 afgeschaft. Tot die datum verlaagt deze ratio nog de WOZ-waarde voor verhuurd vastgoed. Per 2026 geldt al een uitzondering: bij verhuur aan gelieerde partijen tegen niet-marktconforme prijs is de ratio al niet meer toepasbaar.

Wat is de bijtelling eigen gebruik vanaf 2028?

Vanaf 2028 bedraagt de forfaitaire bruto-vastgoedbijtelling 3,35 procent van de WOZ-waarde voor woningen die het hele jaar niet worden verhuurd. Dat is lager dan de huidige 5,06 procent. Onderhoudskosten worden weer aftrekbaar, wat onder de huidige tegenbewijsregeling niet kan.

Moet ik mijn portefeuille nu al aanpassen?

Nee, niet op basis van de Wet werkelijk rendement alleen. Wel relevant: de openingswaarde per 1 januari 2028 is de basis voor toekomstige vermogenswinstbelasting. Bezwaar maken tegen een te lage WOZ-beschikking voor 2027 kan zinvol zijn als je waardestijging na 2028 verwacht.