Per 1 januari 2028 verdwijnt het forfaitaire Box 3-systeem voor vastgoed in zijn huidige vorm. Daarvoor in de plaats komt een vermogenswinstbelasting: huurinkomsten jaarlijks belast, waardestijging pas bij verkoop. Op 12 februari 2026 nam de Tweede Kamer het wetsvoorstel aan, op 24 april 2026 verfijnde het kabinet de vastgoedparagraaf. De Eerste Kamer behandelt het nog en de minister wil het op onderdelen aanpassen, dus de ingangsdatum staat nog niet vast. Voor beleggers is dit een fundamenteel kantelpunt, met overgangskwesties die nu al spelen.
Per 1 januari 2028 vervangt een vermogenswinstbelasting het forfaitaire Box 3-systeem voor vastgoed: huurinkomsten worden jaarlijks belast tegen 36%, waardestijging pas bij verkoop, en kosten zoals onderhoud en rente zijn weer aftrekbaar. Niet-verhuurd vastgoed krijgt een forfait van 3,35%. De leegwaarderatio vervalt naar verwachting al per 2027. De Tweede Kamer nam het wetsvoorstel aan (12 februari 2026), maar het ligt nog bij de Eerste Kamer, dus de exacte uitvoering en ingangsdatum kunnen nog wijzigen.
Dit stuk schetst wat er per 2027 en 2028 verandert, hoe de nieuwe vermogenswinstbelasting werkt, wat de afschaffing van de leegwaarderatio betekent, en welke voorbereidingen je nu zinnig kunt treffen, twee jaar voor de overgang.
Drie wijzigingen in twee stappen
De hervorming gebeurt niet in één keer. Drie data tellen:
- 2026Tegenbewijsregeling actiefHet forfait blijft, maar een lager werkelijk rendement mag je aantonen.
- 2027Leegwaarderatio vervalt (voorgenomen)Voorstel Belastingplan 2026, nog niet aangenomen: ook bij marktconforme verhuur reken je met 100% van de WOZ; de grondslag stijgt.
- 2028VermogenswinstbelastingForfait weg: huur jaarlijks belast, waardestijging pas bij verkoop, kosten weer aftrekbaar.
1 januari 2026. De Wet tegenbewijsregeling box 3 trad in werking. Het oude forfaitaire systeem blijft bestaan, maar wie kan aantonen dat zijn werkelijke rendement lager is, mag dat lagere rendement gebruiken. Voor vastgoed kwam daarbij de bijtelling eigen gebruik van 5,06% van de WOZ-waarde (zie het stuk bijtelling eigen gebruik tweede woning).
1 januari 2027 (voorgenomen). Het Belastingplan 2026 stelt voor de leegwaarderatio helemaal af te schaffen, ook voor commerciële verhuur tegen marktconforme prijzen. Dit voorstel is nog niet aangenomen. Tot dat moment verlaagt deze ratio nog de WOZ-waarde voor verhuurde woningen, oplopend van 73% tot 100% van de WOZ-waarde afhankelijk van de huur-WOZ-verhouding (Belastingdienst-tabel sinds 2023). Per 2026 geldt al een uitzondering: bij verhuur aan gelieerde partijen tegen niet-marktconforme prijs is de ratio niet meer toepasbaar.
1 januari 2028. Het forfaitaire systeem wordt voor vastgoed vervangen door een vermogenswinstbelasting. Vanaf dat moment worden huurinkomsten jaarlijks belast en waardestijging pas bij verkoop.
Tussen nu en 2028 zit dus één volledig jaar onder de huidige regels (2026), een overgangsjaar (2027) waarin de leegwaarderatio naar verwachting vervalt maar het forfait nog geldt, en dan de voorgenomen definitieve overstap. Zowel het vervallen van de leegwaarderatio als de overstap per 2028 is voorgenomen wetgeving, nog niet definitief.
Wat de vermogenswinstbelasting precies inhoudt
De vermogenswinstbelasting voor vastgoed bestaat uit twee componenten. Het verschil met de tegenbewijsregeling werkelijk rendement die sinds 2026 al loopt is dat aftrekbaarheid van kosten weer breed terugkomt. De regels hieronder volgen uit het huidige wetsvoorstel (Wet werkelijk rendement box 3); het ligt nog bij de Eerste Kamer en de definitieve uitvoering kan op onderdelen wijzigen.
Eerste, het directe rendement. Huurinkomsten worden jaarlijks belast tegen 36 procent (huidige Box 3-tarief, kan veranderen). In tegenstelling tot de tegenbewijsregeling 2026 zijn kosten daarbij weer aftrekbaar: onderhoud, beheerskosten, hypotheekrente, premies opstalverzekering, OZB, en eventuele leegstandsverliezen. Dat is een terugkeer naar een systeem dat eigenaren van vastgoed vóór 2001 nog kenden.
Tweede, de waardewinst bij verkoop. Bij verkoop wordt het verschil tussen verkoopprijs en openingswaarde belast, eveneens tegen 36 procent. De openingswaarde voor bestaande woningen is de WOZ-waarde met peildatum 1 januari 2028, vastgelegd in de WOZ-beschikking 2029; voor andere onroerende zaken de werkelijke waarde op 1 januari 2028. Voor vastgoed aangekocht ná die datum is het de aankoopprijs plus kosten koper.
De waardewinst wordt verminderd met door de jaren heen gedane verbeteringen, mits die zijn aangemeld bij de gemeente en de WOZ-waarde aantoonbaar hebben verhoogd. Regulier onderhoud telt niet als verbetering, een uitbouw of energetische renovatie wel.
Niet-verhuurd vastgoed: een forfait van 3,35%
Niet al het vastgoed wordt vanaf 2028 op de werkelijke huur belast. Voor een woning die het hele jaar niet wordt verhuurd, kent de Wet werkelijk rendement een forfaitaire bijtelling van 3,35 procent van de WOZ-waarde. Dat is geen keuze en geen voortzetting van het oude forfait, maar de vaste behandeling voor niet-verhuurd vastgoed binnen het nieuwe stelsel. Verhuurd vastgoed valt juist verplicht onder de werkelijke huurinkomsten (zie hieronder); de tegenbewijsregeling, met haar keuze tussen forfait en werkelijk rendement, is een overgangsregeling voor 2026-2027 en vervalt met de nieuwe wet.
Daarop mogen onderhoudskosten in mindering worden gebracht. Dat is een wezenlijk verschil met de tegenbewijsregeling 2026-2027 waarbij onderhoudskosten niet aftrekbaar zijn. Effectief levert dit voor leegstaand vastgoed met regulier onderhoud een lagere heffing op dan het huidige systeem.
Voor gemengd gebruik (verhuur gedurende minder dan 90% van het jaar) geldt vanaf 2028 de hoogste van twee: de bruto-vastgoedbijtelling van 3,35% of de werkelijke huurinkomsten minus kosten. Wie nauwelijks verhuurt, valt automatisch in het forfait. Wie veel verhuurt, valt automatisch in de werkelijke rendementscategorie. (Op basis van het huidige wetsvoorstel; definitieve uitvoering kan wijzigen.)
De leegwaarderatio in 2026 en 2027
De leegwaarderatio is een korting op de WOZ-waarde bij verhuurd vastgoed, ingevoerd omdat een verhuurde woning op de markt minder oplevert dan een lege. De leegwaarderatio loopt van 73% (lage huur) tot 100% (jaarhuur 5% of meer van de WOZ); de korting op de grondslag is dus maximaal 27%.
In 2026 is de regeling al beperkt: bij verhuur aan gelieerde partijen (familie, eigen BV) tegen niet-marktconforme huurprijs is de ratio niet meer van toepassing. De WOZ-waarde geldt dan voor 100%. Per 1 januari 2027 verdwijnt de regeling naar verwachting helemaal, ook bij commerciele verhuur tegen marktconforme huren. Dat is voorgenomen wetgeving (Belastingplan 2026), nog niet definitief.
Wat het concreet zou doen. Onder het huidige regime verlaagt een leegwaarderatio van bijvoorbeeld 90% de Box 3-waarde van een verhuurde woning met 10 procent. Vervalt die korting (voorgenomen per 2027, nog niet zeker), dan reken je met 100 procent van de WOZ en stijgt de grondslag navenant. Hoeveel dat precies scheelt, hangt af van je huur-WOZ-verhouding en van of het voorstel de eindstreep haalt: hoe lager de huur ten opzichte van de WOZ, hoe groter de korting die zou wegvallen.
Voor wie nu zwaar verhuurd vastgoed in Box 3 heeft, betekent dit: in 2027 is de leegwaardekorting weg, in 2028 is het hele forfaitaire systeem weg. Twee opeenvolgende jaren met een fiscale wijziging die in de huidige administratie nog niet zichtbaar is.
De WOZ-waarde per 1 januari 2028 wordt strategisch
Onder het huidige forfaitaire systeem is een lage WOZ-waarde altijd gunstig: hoe lager de WOZ, hoe lager de Box 3-grondslag. Veel beleggers maken om die reden routinematig bezwaar tegen WOZ-beschikkingen.
Vanaf 2028 verandert dit voor wie van plan is een pand binnen afzienbare tijd te verkopen. De openingswaarde per 1 januari 2028 is dan het uitgangspunt voor de vermogenswinstbelasting bij verkoop. Hoe lager die openingswaarde, hoe hoger de waardewinst, en hoe meer belasting bij verkoop.
Voorbeeld. Een pand aangekocht in 2020 voor €250.000, marktwaarde nu €400.000. Je verkoopt in 2031 voor €450.000. Wat je in 2028 als openingswaarde vastlegt, bepaalt de winst waarover je straks afrekent.
Openingswaarde 2028 bepaalt de eindheffing · verkoop voor €450.000
Onder het forfait was een lage WOZ-waarde altijd gunstig. Vanaf 2028 wordt de WOZ per 1 januari 2028 de openingswaarde voor de vermogenswinstbelasting: hoe lager die staat, hoe hoger de belaste winst bij verkoop. Wie verkoop verwacht, heeft er belang bij die waarde niet routinematig te verlagen. Tarief 36%, geverifieerd juni 2026.
Vermogenswinstbelasting · jouw pand
Vermogenswinst is verkoopprijs min openingswaarde min aangemelde verbeteringen. De heffing valt pas bij verkoop, niet jaarlijks. Regulier onderhoud telt niet als verbetering; een uitbouw of energetische renovatie die de WOZ aantoonbaar verhoogt wel. Tarief 36% (2028-voorstel), geverifieerd juni 2026.
Wie verwacht binnen 5 tot 10 jaar te verkopen, doet er goed aan om de WOZ-beschikking 2029 (peildatum 1 januari 2028, die de openingswaarde vaststelt) niet automatisch te verlagen. Dat is een omslag in denkwijze voor wie jarenlang bezwaarschriften heeft gemaakt.
Hoe zit het met onverkochte panden tussen 2028 en verkoop?
De waardewinst tot het moment van verkoop is geen jaarlijkse heffing. Pas op het moment dat het pand verkocht wordt, of overgaat naar een ander vermogensregime (bijvoorbeeld een BV), wordt de waardewinst belast. Tussentijds wordt alleen de jaarlijkse huur belast, minus de aftrekbare kosten.
Dat is fundamenteel anders dan het huidige systeem waarin de WOZ-stijging jaarlijks via het forfait wordt "belast". Voor langjarige bezitters met sterke waardestijging is dit gunstig: belasting wordt uitgesteld. Voor kortlopende strategieen wordt vastgoed fiscaal duurder.
Bij vererving of schenking treedt naar verwachting geen afrekenmoment op: de waardestijging gaat door naar de volgende generatie, die de openingswaarde van 2028 (of de aankoopprijs) overneemt als basis. Vastgoed wordt daarmee een fiscaal aantrekkelijk vermogensoverdrachtinstrument. (Op basis van het huidige wetsvoorstel; deze doorschuifregeling en de definitieve uitvoering kunnen nog wijzigen.)
Wat te doen tussen nu en 2028
Vier praktische aandachtspunten voor de huidige jaren:
1. Documenteer je openingspositie. Verzamel de WOZ-beschikking 2029 (peildatum 1-1-2028), foto's van het pand op 1-1-2028, en een overzicht van alle verbeteringen sinds aankoop met facturen en gemeentelijke melding. Dit wordt de basis voor toekomstige berekeningen.
2. Heroverweeg bezwaar tegen WOZ-beschikkingen. Voor de korte termijn (2026, 2027) blijft een lage WOZ-waarde gunstig vanwege het forfait. Voor wie binnen 10 jaar verwacht te verkopen, kan een hogere WOZ-vaststelling met peildatum 1-1-2028 (de WOZ-beschikking 2029) op termijn voordeliger zijn.
3. Plan grote onderhouds- of verbeteringsuitgaven. Onderhoud uitvoeren vóór 2028 betekent dat de kosten niet aftrekbaar zijn onder de tegenbewijsregeling. Na 2028 zijn ze wel aftrekbaar onder het nieuwe systeem. Voor planbaar onderhoud kan uitstel naar na 1-1-2028 fiscaal voordelig zijn.
4. Reken de impact door voor verhuurd vastgoed. Het voorgenomen verlies van de leegwaarderatio per 2027 verhoogt de Box 3-grondslag voor verhuurd vastgoed met 5-55%, afhankelijk van de huur-WOZ-verhouding. Voor portefeuilles met veel verhuurd vastgoed kan dit het kantelpunt zijn om over te stappen naar een BV-structuur. Lees ook Box 3 naar BV overstappen.
De grote onzekerheden
Het wetsvoorstel is door de Tweede Kamer aangenomen maar nog niet door de Eerste Kamer. Behandeling staat geagendeerd voor de tweede helft van 2026. Drie scenario's blijven open:
Eerste, vertraging. De Belastingdienst heeft eerder aangegeven dat 2028 krap is voor implementatie. Een uitstel met één jaar (2029) is denkbaar als de uitvoeringsorganisatie niet rond komt. Dat zou betekenen: nog één extra jaar onder het huidige forfaitaire systeem.
Tweede, aanpassing van het belastingtarief. Het wetsvoorstel gaat uit van 36 procent zoals het huidige Box 3-tarief. Het coalitieakkoord "Aan de slag" van januari 2026 (D66/VVD/CDA) bevat aanwijzingen dat dit tarief in de toekomst herzien kan worden, in beide richtingen.
Derde, behandeling van bestaande hypotheken. Hoe rente op een hypotheek voor verhuurd vastgoed precies aftrekbaar wordt in 2028, is in het wetsvoorstel nog niet uitgekristalliseerd. Het kabinet werkt aan een uitvoeringsregeling die in de zomer van 2026 verwacht wordt.
Conclusie
De Box 3-hervorming voor vastgoed is een fundamentele wijziging. Niet alleen het percentage of het forfait, maar het hele systeem verandert: van een fictieve jaarlijkse heffing naar een werkelijk-rendementsmodel met uitgestelde waardewinstbelasting. Voor langjarige beleggers met stijgende portefeuilles is dit op termijn gunstiger; voor kortlopende strategieen ongunstiger.
Het belangrijkste praktische gevolg: 1 januari 2028 wordt een fiscale peildatum. De WOZ-waarde op die datum is het uitgangspunt voor alle toekomstige berekeningen. Wie nu portefeuillebeslissingen neemt, doet er goed aan deze peildatum in het achterhoofd te houden.
Reken de impact op de eigen portefeuille door op de pandanalyse. De calculator van De Vastgoedrealist is in mei 2026 uitgebreid met scenario-analyse voor 2028 op basis van de bekende contouren van het wetsvoorstel.
Veelgestelde vragen
Wanneer gaat de Wet werkelijk rendement Box 3 in?
De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028. Het wetsvoorstel is op 12 februari 2026 aangenomen door de Tweede Kamer en op 24 april 2026 verfijnde het kabinet de vastgoedparagraaf. De Eerste Kamer behandelt het voorstel nog en organiseert hoorzittingen; bovendien heeft de minister van Financien aangekondigd het op onderdelen te willen aanpassen. De ingangsdatum van 2028 is haalbaar maar nog niet zeker.
Hoe wordt vastgoed belast vanaf 2028?
Voor vastgoed komt er een vermogenswinstbelasting. Huurinkomsten worden jaarlijks belast na aftrek van kosten zoals rente en onderhoud. Waardestijging wordt pas belast bij verkoop, op basis van het verschil tussen verkoopprijs en de openingswaarde per 1 januari 2028 (meestal de WOZ-waarde).
Wat gebeurt er met de leegwaarderatio?
In het Belastingplan 2026 is voorgesteld de leegwaarderatio per 1 januari 2027 af te schaffen; dat wetsvoorstel is nog niet aangenomen. Tot die tijd verlaagt deze ratio nog de WOZ-waarde voor verhuurd vastgoed. Per 2026 geldt al een uitzondering: bij verhuur aan gelieerde partijen tegen niet-marktconforme prijs is de ratio al niet meer toepasbaar.
Wat is de bijtelling eigen gebruik vanaf 2028?
Volgens het wetsvoorstel bedraagt de forfaitaire bruto-vastgoedbijtelling vanaf 2028 3,35 procent van de WOZ-waarde voor woningen die het hele jaar niet worden verhuurd. Dat is lager dan de huidige 5,06 procent. Onderhoudskosten worden dan weer aftrekbaar, wat onder de huidige tegenbewijsregeling niet kan. Het wetsvoorstel is nog niet definitief.
Moet ik mijn portefeuille nu al aanpassen?
Nee, niet op basis van de Wet werkelijk rendement alleen. Wel relevant: de openingswaarde per 1 januari 2028 is de basis voor toekomstige vermogenswinstbelasting. Bezwaar maken tegen een te lage WOZ-beschikking 2029 (peildatum 1 januari 2028) kan zinvol zijn als je waardestijging na 2028 verwacht.
De cijfers en regels in dit artikel zijn gecontroleerd tegen de officiele bron. Controleer ze gerust zelf.