De makelaar van het bungalowpark presenteert het zo: 8 weken hoogseizoen × 1500 = 12.000. Plus 12 weken middelseizoen × 700 = 8.400. Plus 8 weken laagseizoen × 400 = 3.200. Totaal 23.600. Op een aankoop van 240.000 is dat bijna 10 procent bruto. Wie tekent niet?
Deze rekensom mist drie kostencategorieën die samen meer dan de helft van de bruto huur opslokken.
Beheer. Onderhoud. Werkelijke leegstand.
Beheer en boekingen via een park: 25 tot 35 procent van de huur. Schoonmaak per wissel: 80 tot 120 euro per keer, 28 wissels per jaar. Onderhoud, recreatiewoningen slijten sneller dan reguliere woningen, minimaal 8 procent reservering per jaar. Leegstand, werkelijk niet 28 weken maar gemiddeld 32 omdat boekingsspreiding niet ideaal is.
De bruto 23.600 wordt netto ongeveer 9.000 tot 11.000. Op aankoop 240.000 is dat 4 procent. Voor een asset met hoger risico, lagere liquiditeit en complexere fiscaliteit dan een gewoon woning. Vergelijkbaar met staatsobligaties, met aanmerkelijk meer gedoe.
Recreatievastgoed kan werken, als je het zelf beheert, in eigen onderhoud, en op een uniek terrein. Voor passieve beleggers in standaard parken: zeldzaam de moeite waard.