Een verhuurhypotheek is duurder dan een gewone hypotheek, en de meeste beleggers jagen daarom op de laagste rente die ze kunnen vinden. Begrijpelijk, maar de rente is maar één knop van een handvol. De laagste rente kan de duurste lening zijn, zodra je meerekent hoeveel je ermee mag lenen, of je aflossingsvrij mag, en wat een vroege uitstap kost. Dit is hoe het rentelandschap eruitziet, wie deze leningen verstrekt, en hoe je ze vergelijkt zonder je te laten foppen door één cijfer. Hoe de rente doorwerkt in je uiteindelijke rendement, zie je in is verhuren nog rendabel?

In het kort

Verhuurhypotheek-rente ligt in 2026 grofweg tussen 4 en 7 procent, zo'n 0,3 tot 0,8 procentpunt boven een eigen-woninghypotheek (risico-opslag, geen NHG, lagere LTV). Je sluit ze zelden bij een grootbank af: het zijn vooral gespecialiseerde vastgoedfinanciers, meestal via een adviseur. De valkuil is staren op het rentecijfer. De LTV-ruimte (hoeveel je mag lenen), de aflossingsvorm, de boeterente en de taxatie-eisen bepalen samen de werkelijke kosten. Een iets hogere rente met meer leenruimte of een boetevrije uitstap kan onder de streep goedkoper zijn dan de laagste rente met strakke voorwaarden.

Waarom de rente hoger is

Een verhuurd pand is voor een geldverstrekker een ander risico dan een woning waar de eigenaar zelf in woont. De huurder kan wegvallen, er kan leegstand ontstaan, en de inkomsten zijn minder voorspelbaar dan een salaris. Er is geen Nationale Hypotheek Garantie die de bank beschermt, en je leent op een lagere loan-to-value dan de bijna 100% die bij een eigen woning kan. Dat hele pakket vertaalt zich in een risico-opslag: grofweg 0,3 tot 0,8 procentpunt bovenop wat een eigenaar-bewoner zou betalen.

In de praktijk komt de rente in 2026 daarmee grofweg tussen 4 en 7 procent uit, afhankelijk van je LTV en je rentevaste periode. Hoe lager je LTV, hoe meer eigen geld je inbrengt, en hoe lager de opslag: een grotere buffer betekent minder risico voor de bank. Rentes bewegen doorlopend, dus zie die 4 tot 7 procent als een oriëntatie, niet als een tarief. Wat je precies mag lenen en tegen welke voorwaarden, staat in verhuurhypotheek: eisen, rente en hoeveel je kunt lenen.

Wie ze verstrekt: het is niet je grootbank

De eerste verrassing voor veel beginnende beleggers: je huisbankier doet dit meestal niet, of alleen mondjesmaat en als maatwerk. De grootbanken (Rabobank, ABN AMRO, ING) hebben het grootste marktaandeel in gewone hypotheken, maar de financiering van particuliere woningverhuur ligt grotendeels bij gespecialiseerde partijen.

Dat zijn vastgoedfinanciers en hypotheekfondsen zoals RNHB, Nestr, Domivest, Dynamic Credit, NIBC, Mogelijk en Woonfonds. Sommige daarvan kijken bewust meer naar het pand en de huurstroom dan naar jouw persoonlijke inkomen, wat handig is als je al meerdere panden hebt of als ondernemer een grillig inkomen. Je bereikt ze meestal via een onafhankelijk hypotheek- of vastgoedadviseur, die toegang heeft tot meerdere geldverstrekkers tegelijk. Dit is geen aanbeveling en geen ranglijst: welke partijen er zijn en wat ze bieden verandert, dus controleer het zelf. Het punt is dat je verder moet kijken dan het loket waar je je betaalrekening hebt.

De laagste rente is niet de goedkoopste hypotheek

Hier zit de denkfout die beleggers geld kost. De rente is het cijfer dat adverteerders vooropzetten, want het is makkelijk te vergelijken. Maar de werkelijke kosten van een verhuurhypotheek over jouw aanhoudperiode hangen net zo goed af van drie andere knoppen.

De LTV-ruimte. Een verstrekker met 5,2% rente die maximaal 70% financiert, laat je op een pand van 300.000 euro 210.000 lenen. Een verstrekker met 5,6% die tot 80% gaat, leent je 240.000. Die 30.000 euro extra hoef je niet uit eigen zak te leggen, en dat is precies de hefboom waarmee vastgoed rendeert. Of de hogere rente het waard is, hangt af van wat je met dat vrijgekomen eigen geld doet, maar de laagste rente met de krapste leenruimte is zelden automatisch de beste deal.

De aflossingsvorm. Mag je aflossingsvrij, en tot welk percentage? Aflossingsvrij verlaagt je maandlast fors en verbetert je rentedekking (DSCR), maar je lost niets af en betaalt over de looptijd veel meer rente. Annuïtair of lineair kost meer per maand, maar bouwt vermogen op. Twee leningen met dezelfde rente kunnen door de aflossingsvorm duizenden euro's per jaar aan cashflow verschillen.

De boeterente. Wil je binnen de rentevaste periode verkopen of oversluiten, dan kan een boeterente een fors bedrag zijn. Een lening met een boetevrije ruimte of een kortere rentevaste periode kan meer waard zijn dan 0,1 procentpunt lagere rente, zeker als je exit-horizon kort is.

Reken de rente daarom altijd om naar euro's, over de periode dat je het pand echt denkt aan te houden, en leg die naast de leenruimte en de voorwaarden. Pas dan vergelijk je hypotheken in plaats van cijfers.

Wat de rente en de aflossingsvorm je echt kosten

Zet een leenbedrag, een rente en een looptijd in de rekenhulp, en zie het verschil tussen aflossingsvrij en annuïtair: de maandlast én de totale rente over de looptijd.

Verhuurhypotheek · maandlast en rentekosten

%
Aflossingsvrij · maandlast€ 1.120
Aflossingsvrij · totale rente over looptijd€ 403.200
Annuïtair · maandlast€ 1.378
Annuïtair · totale rente over looptijd€ 256.004
Verschil in totale rente (aflossingsvrij t.o.v. annuïtair)€ 147.196

Aflossingsvrij: de maandlast is alleen rente (leenbedrag maal jaarrente, gedeeld door twaalf) en de schuld blijft staan, dus de rente loopt over de volle looptijd door. Annuïtair: een gelijkblijvende maandlast waarin je ook aflost, berekend met de annuïteitenformule. Het verschil in totale rente laat zien wat de lage maandlast van aflossingsvrij je op termijn kost. Exclusief afsluit-, advies- en taxatiekosten. Reken met een actuele rente; tarieven bewegen.

De cijfers uit het voorbeeld liegen niet: aflossingsvrij houdt je maandlast laag, maar over dertig jaar betaal je er ruim anderhalve ton meer rente voor, en je schuld staat er aan het eind nog volledig. Dat kan bewust een goede keuze zijn, voor de cashflow of om je hefboom vast te houden, maar het is een keuze met een prijs, geen gratis lastenverlichting.

Zo vergelijk je

Vraag bij elke offerte het hele plaatje op, niet alleen de rente: de maximale LTV, de aflossingsvrije ruimte, de boeterente-voorwaarden, en de afsluit-, advies- en taxatiekosten. Reken de rente om naar euro's over je verwachte aanhoudperiode, niet over de volle looptijd, want de meeste beleggers verkopen of herfinancieren eerder. Weeg de leenruimte mee: meer LTV betekent meer hefboom, en dus ook meer risico als de rente stijgt, wat je terugziet in de stresstest op je rentelast. En check de boeterente als je binnen de rentevaste periode zou willen verkopen.

Conclusie

De verhuurhypotheek-rente is hoger dan die van een eigen woning, en dat is terecht: het risico voor de geldverstrekker is groter. Maar de belegger die alleen op dat cijfer stuurt, laat geld liggen. De leenruimte, de aflossingsvorm en de boeterente bepalen samen wat een lening je werkelijk kost, en het loket met de laagste rente is lang niet altijd het loket met de goedkoopste hypotheek. Reken het all-in door, over jouw horizon, met een actuele rente.

Wil je zien wat een bepaalde rente en aflossingsvorm doen met het netto rendement van een concreet pand, reken het dan volledig door in de pandanalyse.

Veelgestelde vragen

Hoe hoog is de verhuurhypotheek-rente in 2026?

In 2026 ligt de rente op een commerciële verhuurhypotheek grofweg tussen 4 en 7 procent per jaar, afhankelijk van de LTV, de rentevaste periode en de geldverstrekker. Dat is ongeveer 0,3 tot 0,8 procentpunt hoger dan een vergelijkbare hypotheek op een eigen woning. Rentes bewegen doorlopend, dus reken met een actueel percentage.

Welke aanbieders verstrekken verhuurhypotheken?

Niet primair de grootbanken. De markt bestaat vooral uit gespecialiseerde vastgoedfinanciers en hypotheekfondsen, zoals RNHB, Nestr, Domivest, Dynamic Credit, NIBC, Mogelijk en Woonfonds. Sommige kijken bewust meer naar het pand en de huur dan naar je inkomen. Je bereikt ze meestal via een onafhankelijk hypotheek- of vastgoedadviseur. Dit is geen aanbeveling; controleer zelf welke partijen er zijn en wat ze bieden.

Kan een verhuurhypotheek aflossingsvrij?

Vaak wel, maar meestal tot een bepaald percentage van de waarde; de rest sluit je annuïtair of lineair af. Aflossingsvrij verlaagt je maandlast en verbetert je rentedekking, maar je lost niets af en betaalt over de looptijd meer rente. Annuïtair of lineair kost meer per maand, maar bouwt vermogen op en kost onder de streep minder rente.

Waarom is de verhuurhypotheek-rente hoger dan bij een eigen woning?

Een verhuurd pand is voor de geldverstrekker een groter risico: een huurder kan wegvallen, er kan leegstand ontstaan en de cashflow is minder voorspelbaar. Er is geen Nationale Hypotheek Garantie, en je leent op een lagere loan-to-value. Dat alles vertaalt zich in een risico-opslag bovenop de rente.

Is de laagste rente de beste verhuurhypotheek?

Niet per se. De rente is maar een van de knoppen. De LTV-ruimte (hoeveel je mag lenen), de aflossingsvrije ruimte, de boeterente bij vervroegd aflossen en de taxatie- en afsluitkosten bepalen samen de werkelijke kosten. Een iets hogere rente met meer leenruimte of een boetevrije uitstap kan onder de streep goedkoper zijn dan de laagste rente met strakke voorwaarden.

Bronnen

De cijfers en regels in dit artikel zijn gecontroleerd tegen de officiele bron. Controleer ze gerust zelf.